Houtvuur maken

Bij traditioneel buiten koken hoort natuurlijk een knapperend houtvuur. Het maken van een vuurtje is iets waar iedereen zich mee bemoeit, “nee, dat moet zo…” en  “zie je wel, nu is het uit!”. Buitengewoon Koken leert je graag de basis voor het maken van een goed vuurtje! Zo steel jij de show als echte buiten kookprofessional!


Veiligheid #1!

Veiligheid is meest belangrijkst! Houdt altijd rekening met het onderstaande:

  • Zoek een veilige plek uit. Houd rekening met de wind.
  • Blijf ver genoeg weg van zaken die snel vlam vatten.
  • Houd altijd materiaal om te blussen bij de hand, zoals water en zand.

De basis

Voor vuur heb je drie dingen nodig, namelijk: brandstof, warmte en zuurstof!  Neem er één weg en je houtvuurtje en gerecht koelen snel af.

 

 

 

 

 

 

 


Opbouwen van het vuur

Begin je houtvuur met het tondel, de startmotor van het vuur. Tondel is een snel vlamvattend materiaal waarmee je het aanmaakhout en brandhout aansteekt.
Droge bladeren, dennenappels, papier en watten zijn hiervoor geschikt. Zorg ervoor dat er voldoende lucht bij de tondel kan!

Leg bovenop je tondel kleine aanmaakhoutjes die kunnen vlamvatten en de tijd dat de tondel brandt. Leg bovenop het aanmaakhout het brandhout dat kan van vlamvatten in de tijd dat het aanmaakhout brandt. Zo bouw je in verschillende stappen een houtvuur op.

Houtsoorten

Er zijn verschillende soorten brandhout die bij het stoken van een houtvuur gebruikt kunnen worden, ieder met zijn eigen unieke eigenschappen. Wanneer je kennis hebt van deze eigenschappen kun je bewuster vuur stoken en mee plezier beleven aan je vuur. Hoe droger je brandhout is is, hoe langer je kunt stoken met voorraad brandhout.

 

 

Onbruikbaar hout!

Onbruikbaar hout is hout dat een chemische behandeling heeft ondergaan. Dit is ongeschikt brandhout. Het hout veroorzaakt giftige gassen en brandt slecht. Je moet hierbij denken aan hout van telefoonpalen, bielsen, spaanplaat of geschilderd hout.

Bruikbaar hout

Berk: Een loofboom met zacht hout, heeft een zeer hoog warmtegevend vermogen, maar verbrandt snel. Gebruik het om het vuur aan te maken of het opnieuw aan te maken.

Beuk: Aanbevolen brandhout: het heeft een hoog warmtegevend vermogen, droogt snel en komt in voldoende mate voor. Sla het snel droog op na het zagen en kloven. Het rot snel en verliest dan haar warmtegevend vermogen.

Eik: Uitstekend brandhout, maar het moet – in tegenstelling tot andere houtsoorten – twee jaar op een onafgedekte plaats worden bewaard, zodat de regen de tannine kan verwijderen; vervolgens moet het nog een of twee jaar op een beschutte plaats worden bewaard voordat het in de haard mag.

Els: Goed brandhout, geeft veel hitte.

Es: Prima, doch zeldzaam brandhout. Ruikt aangenaam en brandt regelmatig. Es brandt ook als het wat vochtiger is nog goed.

Esdoorn: Brandt goed, alleen een beetje snel. De geur die er van af komt is wel erg scherp, dus niet altijd een aanrader.

Meidoorn: Makkelijk aan te krijgen, dus goed om een vuur mee te beginnen.

Vlier: Brandt snel maar wel goed. De eenjarige rechte dode takken zijn ideaal als aanmaak materiaal.

Naaldbomen: (Den, Spar, Lariks en Ceder)Geven veel warmte, maar verbranden snel en knetteren vonken.

Zachte loofbomen (Linde, Wilg, Kastanje, Populier)Linde, wilg, kastanjeboom en populier branden slecht en geven weinig warmte. Bij verbranding geeft het een onaangename geuren. Geen aanrader voor je vuur dus.